Puntentabel voor deze toets
Elke score met het cijfer dat erbij hoort, met jouw instellingen. Groen is een voldoende. Je eigen score staat omlijnd.
| Punten | Cijfer | Punten | Cijfer |
|---|
Hoe bereken je een cijfer?
Deel je punten door het maximale aantal punten. Vermenigvuldig dat met 9 en tel er 1 bij op. Met 0 punten krijg je een 1 en met alle punten een 10. Rond af op een decimaal. Bij de helft van de punten kom je precies op een 5,5.
cijfer = 1 + 9 x (punten / maximum)
Deze formule is de basis. Het centraal examen gebruikt dezelfde lijn met N-term 1,0. In de officiële regeling heet dat de hoofdrelatie: cijfer = 9 x score / lengte scoreschaal + N (Regeling omzetting scores in cijfers VO). Met N = 1 is dat precies de formule hierboven.
Rekenvoorbeeld
- Je haalt 30 van de 40 punten.
- 30 gedeeld door 40 is 0,75.
- 0,75 keer 9 is 6,75.
- Tel er 1 bij op: 7,75. Afgerond op een decimaal is dat een 7,8.
| Maximum | Punten voor 5,5 | Punten voor 6 bij 55% cesuur | Cijfer bij 75% |
|---|---|---|---|
| 10 punten | 5 | 6 | 8 punten: 8,2 |
| 20 punten | 10 | 11 | 15 punten: 7,8 |
| 30 punten | 15 | 17 | 23 punten: 7,9 |
| 40 punten | 20 | 22 | 30 punten: 7,8 |
Cijfer met een cesuur
Een cesuur is de laagste score waarmee je een voldoende haalt. Ligt de cesuur op 55 procent, dan geeft 55 procent van de punten een 5,5. Onder de cesuur loopt het cijfer gelijkmatig van 1 tot 5,5. Erboven loopt het van 5,5 tot 10.
Het ICLON van de Universiteit Leiden noemt de cesuur "de laagste score waarmee een voldoende wordt behaald". Een opleiding of docent kiest zelf hoe hoog die grens is (ICLON, Universiteit Leiden). Sommige docenten geven bij de cesuur een 6,0 in plaats van een 5,5. Je kiest dat in de rekenhulp.
onder de cesuur: cijfer = 1 + (V − 1) x punten / cesuur
boven de cesuur: cijfer = V + (10 − V) x (punten − cesuur) / (max − cesuur)
V = cijfer bij de cesuur (5,5 of 6,0)
Voorbeeld: 40 punten, cesuur 25 punten, V = 5,5. Met 30 punten krijg je 5,5 + 4,5 x 5 / 15 = 7,0.
Cijfer met de N-term
Bij het centraal examen bepaalt het College voor Toetsen en Examens (CvTE) per vak een N-term tussen 0,0 en 2,0. Een moeilijk examen krijgt een hogere N-term. Bij een N-term die niet 1,0 is gelden extra grensregels, zodat 0 punten altijd een 1,0 is en alle punten een 10,0. Op de pagina N-term berekenen staat de volledige uitleg met je eindcijfer erbij.
Cijfer met gokkans
Bij meerkeuzevragen kun je ook goed gokken. De gokscore is het aantal vragen gedeeld door het aantal antwoorden per vraag (ICLON). Bij 60 vierkeuzevragen is dat 15. Deze rekenhulp telt alleen de punten boven de gokscore:
cijfer = 1 + 9 x (punten − gokscore) / (max − gokscore)
Met 15 of minder goede antwoorden krijg je een 1. Met 37,5 van de 60 krijg je een 5,5. Je docent kan een andere correctie gebruiken. Vraag het na als je twijfelt.
Afronden van je cijfer
Bij een gewone toets rond je meestal af op een decimaal. Is de tweede decimaal een 5 of meer, dan ga je omhoog. Een 6,45 wordt een 6,5 en een 6,44 een 6,4. Voor het eindcijfer van een examenvak met schoolexamen en centraal examen geldt een vaste regel. Je rondt in een stap af op een heel getal. Een 5,49 wordt een 5 en een 5,50 een 6 (DUO Examenloket). Afkappen betekent dat je de rest weglaat: 5,46 wordt 5,4.
Gerelateerde gidsen
Meer rekenhulpen
Veelgestelde vragen
Hoe reken ik punten om naar een cijfer?
Deel je punten door het maximum. Doe dat keer 9 en tel er 1 bij op. Met 30 van de 40 punten is dat 9 x 0,75 + 1 = 7,75, afgerond een 7,8. Gebruikt je docent een cesuur of N-term, kies die dan in de rekenhulp.
Hoeveel punten heb ik nodig voor een voldoende?
Met de standaardformule heb je de helft van de punten nodig voor een 5,5. Bij een cesuur van 55 procent heb je 55 procent van de punten nodig. De rekenhulp laat onder je cijfer zien hoeveel punten het minimum was.
Wat is een cesuur?
De cesuur is de laagste score waarmee je een voldoende haalt. Zo staat het in de uitleg van het ICLON van de Universiteit Leiden. Je docent of opleiding kiest de cesuur, bijvoorbeeld 55 of 60 procent van de punten.
Wat doet de gokkans met mijn cijfer?
Bij meerkeuzevragen kun je punten halen door te gokken. De gokscore is het aantal vragen gedeeld door het aantal antwoorden per vraag. Bij 60 vierkeuzevragen is dat 15. Pas punten boven de gokscore tellen dan mee voor je cijfer.
Hoe rond ik mijn cijfer af?
Meestal op een decimaal: een 6,45 wordt een 6,5. Bij een eindcijfer van een examenvak rond je in een stap af op een heel getal, zegt DUO. Een 5,49 wordt dan een 5 en een 5,50 een 6. Je kiest de afronding in de rekenhulp.
Klopt dit cijfer altijd met mijn school?
De formules zijn de bekende standaard. Je school kan een andere cesuur, weging of afronding gebruiken. Kijk in je PTA of examenreglement, of vraag het je docent. Het cijfer van je school telt.